veelgebruike termen bij energetische renovaties



  • binnenklimaat
  • E-peil
  • K-peil en S-peil
  • klimaatbestendig verbouwen
  • U-waarde
  • lambda-waarde
  • R-waarde

binnenklimaat van de woning



Beantwoord even deze vraag "hoeveel uur ben ik vandaag buiten geweest?".


Aangezien we allemaal het grootste tijd van onze woning binnen doorbrengen en dan vooral in onze woning is een gezond binnenklimaat nastreven belangrijk.



Welke factoren bepalen of een binnenklimaat al dan niet goed is?


Het zijn vooral de temperatuur, de luchtvochtigheid en de kwaliteit van de binnenlucht die in de gaten gehouden moeten worden om van een gezond en comfortabel te kunnen spreken



temperatuur = behaaglijk warm in de winter en geen oververhitting in de zomer


De ideale binnentemperatuur hangt af van het type ruimte, in de badkamer willen we het wat warmer hebben dan in de slaapkamer. Bij welke kamertemperatuur iemand zich meest comfortabel voelt, hangt uiteraard af van je persoonlijke voorkeur. 


  • woonkamer: 19 à 22°C
  • badkamer: 23 à 24°C
  • slaapkamer: 16 à 18°C


Officieel spreekt men van oververhitting als de binnentemperatuur 25 °C of meer bedraagt. Maar iedere persoon is anders, dus voor sommigen kan 22 °C of 23°C al genoeg zijn om het oncomfortabel warm te hebben terwijl anderen pas vanaf 28°C last ondervinden.



luchtvochtingheid


De meeste mensen ervaren een relatieve luchtvochtigheid tussen de 40 en 60% als aangenaam. Hoe lager de relatieve vochtigheid, hoe meer vocht je lichaam zal afgeven. 


In ons klimaat komt een te droge binnelcuht vrijwel uitsluitend voor in de winter. De koude binnenlucht bevast weing vocht en door het opwarmen ervan daalt de relatieve vochtigheid.


De belangrijkste oorzaak van een te hoge relatieve vochtigheid is een gebrek aan ventilatie waardoor er te weinig vochtige lucht wordt afgevoerd. Menselijke activiteiten zorgen voor vochtproductie maar zijn zelden de oorzaak van vochtproblemen. Andere mogelijke oorzaken zijn opstijgend grondvocht, problemen met de gevel, waterlekken,... .



nadelen te vochtige binnenlucht


  • een hogere energiefactuur omdat vochtige lucht minder gemakkelijk opwarmt
  • gezondheidsklachten zoals klachten aan de luchtwegen of verergering van astma-symptomen.
  • schimmelvorming
  • rottend hout


nadelen te droge binnenlucht


  • gezondheidsklachten zoals prikkeling van de slijmvliezen, droge/gebarsten lippen en prikkelende ogen 
  • planten drogen uit
  • hout droogt uit waardoor parketvloeren meer gaan kraken



Naast het aanpakken van bestaande vochtproblemen is het  voorzien van een efficiënt ventilatiesysteem is de belangrijkste manier om een te hoge luchtvochtigheid aan te pakken. Een mechanisch ventilatiesysteem met een warmtewiel zorgt er niet alleen voor dat de afgevoerde binnenlucht de aangevoerde buitenlucht opwarmt maar geeft in de wintermaanden ook het vocht van de binnenlucht af aan de buitenlucht.



kwaliteit van de binnenlucht


Ventilatie levert een belangrijke bijdrage aan een aangenaam en gezond binnenklimaat door polluenten te verwijderen en verse lucht aan te voeren.

Teveel CO2 in de binnenlucht kan leiden tot hoofdpijn, concentratieproblemen en een gevoel van benauwdheid.


De afgevoerde polluenten zijn vooral mensgebonden ( vooral CO2), maar kunnen ook materiaalgebonden zijn (VOC).



eisen omtrent binnenklimaat bij renovaties


Bij gewone renovaties zijn er geen minimale ventilatie-eisen geldig, wel moeten er bij de vervanging van ramen  minimale toevoeropeningen worden voorzien. In het geval van een ingrijpende energetische renovatie moeten 


Er zijn nocht bij een gewone renovaite, noch bij een ingrijpende energetische renovatie  eisen vermeld in de energieprestatieregelgeving met betrekking tot oververhitting. 

E-peil  = 100 x (Eprimair/Eprimair,ref)



Het E-peil is de verhouding tussen het door de EPB-softwaren berekende jaarlijks primair energieverbruik van de woning (Eprimair) en dat van een referentiewoning (Eprimair,ref). Het gaat om de netto energiebehoeftes voor verwarming, sanitair warm water en koeling.


Bij de berekening van het E-peil houdt de software rekening gehouden met:


  • de thermische isolatie
  • de luchtdichtheid
  • de compactheid
  • de oriëntatie
  • de zonnewinsten
  • de ventilatieverliezen
  • de efficiëntie van de toestellen voor verwarming, sanitair warm water, ventilatie en koeling

K-peil en S-peil



Het K-peil is de parameter die het algemene isolatiepeil van een gebouw beschrijft. Hoe lager het K-peil, hoe beter. Hoe beter de buitenschil (dak, muren/ buitenschrijnwerk, en vloeren) geïsoleerd, hoe minder warmteoverdrachte door transmissin dus hoe lager het K-peil.


Niet alleen de isolatiegraad maar ook de compactheid van de woning heeft een impact op het K-peil.


Hoe compacter de woning, hoe beter het K-peil. De compactheid is de verhouding binnenvolume/verliesoppervlak.


Het K-peil benadeelde de kleine woningen, daarom gebruikt men nu het S-peil. Omdat de meest compact vorm een bol is wordt de vormefficiëntie van de woning vergeleken met die van een bol, hierdoor worden kleine woningen (in tegenstelling tot bij he K-peil) niet meer benadeeld.


Ander verschillen met het K-peil:  hetS-peil houdt ook rekening met

  • zonnewinsten
  • de luchtdichtheid
  • warmetverliezen naar een aangrenzende onverwarmde ruimte



klimaatbestendig verbouwen = voorbereiden op weersextremen



Aandacht voor klimaatbestandigheid  betekent dat je de woning en tuin voorbereid op een veranderend klimaat met lange periodes van droogte, warmterecords, intense regenbuien,....


Op de website www.groenblauwpeil.be vindt je een pak informatie.




warmtedoorgangscoëfficiënt of U-waarde van een constructiedeel



Wanneer de temperatuur aan twee kanten van een construcitedeel verschilt zal er doorheen het constructiedeel warmtetransport door geleiding plaatsvinden.


De warmtedoorgangscoëfficient wordt uitgedrukt in W/m².K en zegt hoeveel energie er per seconde en per m² door het constructiedeel stroomt van de warme kant naar de koude kant als het temperatuursverschil tussen beide kanten van het constructiedeel 1 graad Kelvin bedraagt.


De U-waarde is afhankelijk van de warmteweestand van de materialen waaruit het constructiedeel bestaat (en dus afhankelijk van de lambda-waarde en de dikte van elk materiaal).


U = het inverse van de totale warmteweestand van het constructieiedeel of  1/ Rtot

lambda-waarde of λ-waarde = de warmtegeleidingscoëfficient



De lambda-waarde geeft de warmtegeleiding van het materiaal aan en wordt uitgedrukt in W/m.K.


Hoe lager de λ-waarde hoe slechter het materiaal warmte geleidt en dus hoe beter het materiaal isoleert.


De lambda hangt af van temperatuur, vochtgehalte en dichtheid.


We spreken van een isolatiemateriaal van zodra de lambda-waarde kleiner is dan 0.065 W/m.K.



λ-waarde bij ontstentenis van enkele bouwproducten (homogene materialen)


  • λUi   = warmtegeleidingscoëfficiënt van het materiaal in droge toestand (binnen)
  • λUe = warmtegeleidingscoëfficiënt van het materaal in natte toestand (buiten)


materiaal 

lambda droog

lambda nat

koper

380 W/m.K

380 W/m.K

lood

35 W/m.K

35 W/m.K

aluminium

160 W/m.K

160 W/m.K

marmer

2,91 W/m.K

3,50 W/m.K

baksteen 700 kg/m³

0,22 W/m.K

0,43 W/m.K

kalkzandsteen 900 kg/m³

0,36 W/m.K

0,78 W/m.K

gewapend beton

1,30 W/m.K

1,70 W/m.K

gipsblokken 800 kg/m³

0,22 W/m.K

niet voor buitengebruik

gipsbepleistering

0,52 W/m.K

niet voor buitengebruik

hout 600 kg/m³

0,13 W/m.K

0,15 W/m.K

OSB

0,13 W/m.K

niet voor buitengebruik

Metalen zijn goede warmtegeleiders.Omwille van deze eigenschap wordt aluminium vaak als koelvinnen gebruikt worden om de warmte af te voeren.


Metalen warmtewisselaars worden gebruikt om warmte over te zetten van het ene stof op de andere.



λ-waarde bij ontstentenis van enkele isolatiematerialen

isolatiemateriaal

lambda droog

kurk

0,50 W/m.K

minerale wol

0,045 W/m.K

EPS

0,045 W/m.K

PUR/PIR

0,035 W/mK

XPS

0,040 W/m.K

cellenglas

0,055 W/m.K

gedeclareerde λ-waarde van enkele isolatiematerialen

isolatiemateriaal

lambda droog

kurk

± 0,40 W/m.K

minerale wol

± 0,035 W/m.K

EPS

± 0,035 W/m.K

PUR/PIR

± 0,023 W/mK

XPS

±  0,030 W/m.K

cellenglas

± 0,040 W/m.K

acuümisolatie

± 0,007 W/m.K

R-waarde of warmteweerstand



R-waarde van een materiaallaag


De R-waarde wordt uitgedrukt in m².k/W.


Hoe groter de R-waarde, hoe beter de materiaallaag weerstand biedt tegen warmtedoorgang.


R is evenredig met de dikte van de materiaaldikte en omgekeerd evenredige met de lambda-waarde



R = dikte in meter / lambda-waarde




R-waarde van een constructiedeel


Rtot = Rse + ∑R + Rsi


waarbij 

  • Rsi = overgangsweerstand binnen (si = surface interior)
  • Rse = overgansweerstand buiten (se = surface exterior)



De overgangsweerstanden hangen af van de richting van de warmtestroom.


  • horizontaal
    • de overgangsweerstanden bij muren zijn Rsi = 0,13 m²K/W en Rse = 0,04 m²K/W.
  • opwaarts
    • de overgangsweerstanden bij plafonds zijn Rsi = 0,10 m²K/W en Rse = 0,04 m²K/W.
  • neerwaarts
    • de overgangsweerstanden bij vloeren zijn Rsi = 0,17 m²K/W en Rse = 0,04 m²K/W.




link R-waarde en U-waarde van een constructiedeel


De R- & U-waarden zijn omgekeerd evenredig.


U = 1/Rtot