vocht



  • vocht in gebouwen
    • de verschillende vormen van vocht
    • de voornaamste oorsprong van vocht in gebouwen
    • vochtschade
    • redenen om vochtschade aan te pakken
  • vocht en energetische renovaties
  • vochttransport
    • dampdiffusie
    • convectie
    • capilariteit
  • hoe gedraagt vocht zich in lucht
    • de absolute vochtigheid
    • de relatieve vochtigheid
    • dauwpunt en oppervlaktecondensatie
    • dauwpunt en temperatuurfactor
    • dauwpunt en interne condensatie
    • relatieve vochtigheid in huis
    • dampdruk of dampspanning
  • vochttransport
    • dampdiffusie
    • convectie
    • capilariteit

vocht in gebouwen


de verschillende vormen van vocht


  • gas = waterdamp
  • vloeibaar = water
  • vast = ijs



voornaamste oorsprong van vocht in gebouwen


  • de bewoners ( poetsen, koken, bad/douche,..)
  • lekken
  • regendoorslag
  • opstijgende grondvocht
  • bouwvocht: dit is de heveelheid vocht die in een constructie aanwezig is bij het beëindigen van de bouw.
  • hygroscopisch vocht in bouwmaterialen
  • oppervlaktecondensatie
  • inwendige condensatie



vochtschade


  • rottende materialen
  • vorstschade: dit is schade in een constructie door uitzetting de het bevriezende water
  • schimmelgroei
  • zoutuitbloeingen
  • hogere stookkosten
  • gezondheidsproblemen


Wanneer het vocht niet goed afgevoerd kan worden of niet goed kan uitdrogen ontstaat het risico op vochtschade. Vocht moet aangepakt worden op gevolgschade, die zelfs kan leiden tot stabiliteitsproblemen, en gezondheidspropblemen  te vermijden.


Het herstellen van gevolgschade kan gepaard gaan met ingrijpende werken.



redenen om vochtschade aan te pakken


  • Verminderen en indien mogelijk stoppen van de vochtpathologie omdat de schade die vocht aanbrengt aan bouwmaterialen kan leiden tot zeer ernstige gevolgschade
  • een gezonder maken van het binnenklimaat
  • als voorbereiding op energetische renovaties



vocht en energetisch renoveren


Het aanpakken van vochtproblemen is al eenvorm  energetisch renoveren op zich.


Vochtige materialen geleiden veel beter warmte dan droge materialen.

Vochtige lucht opwarmen vereist veel meer energie dan droge lucht opwarmen.

drogende vloeren & wanden ontrekken warmte



Het aanpakken van vochtproblemen is een noozakelijke voorbereiding op een energetische renovatie omdat het aanbrengen van  isolatie bestaande vochtproblemen kan verergeren.


  • vochtige isolatie werkt minder goed dan droge isolatie
  • bij het energetisch opwaarderen van ramen is het mogelijk dat de lucht niet langer op het raam condensaart maar tegen de binnenmuren, dikt kan leiden tot schimmelvorming
  • door muren na-te isoleren langs de binnenkant of door de spouw op te vullen komt de buitenmuur kouder te staan, hierdoor kan deze minder goed uitdrogen en ontstaat het risico op vorstschade

vochttransport



dampdiffusie doorheen materialen


Door verschillen in dampdruk beweegt de waterdamp van zone's met een  hoge dampdruk naar zone's met een lage dampdruk.


Hoe hoger de dampdiffusieweerstand van een materiaal hoe minder gemakkelijk waterdamp doorheen het materiaal kan stromen.



Convectie



Capilariteit





Hoe gedraagt vocht zich in de lucht?


Vochtige lucht bevat droge lucht en waterdamp. Hoeveel waterdamp de lucht kan vasthouden hangt af van de temperatuur.


Het diagram van Mollier  is een grafische voorstelling van de thermodynamische eigenschappen van vochtige lucht in functie van de luchttermperatuur.


essentiële begrippen:


  • absolute vochtigheid  of x, uitgedrukt wordt in g/kg
  • relatieve vochtigheid of RV, uitgedruk in %
  • dampdruk of dampspanning




De absolute vochtigheid


Dit is de  hoeveelheid waterdamp die aanwezig is 1 kg/lucht lucht in g/kg.


Hoe hoger de termperatuur hoe meer waterdamp 1 kg lucht kan bevatten.


luchttemperatuur

gram vocht per kg lucht

-10° C

1,60 gram

0° C

3,78 gram

10° C

7,63 gram

20° C

14,7 gram

30° C

27,2 gram

De relatieve vochtigheid


RV is  verhouding aan tussen de aanwezige absolute vochtigheid en de maximale absolute vochtigheid welk de lucht kan bevatten bij een gelijke temperatuur.


Bij een RV van 100% is de maximale hoeveelheid waterdamp in de lucht maximaal, de lucht is dan volledig verzadigd. De lucht kan de waterdamp niet meer vasthouden en vormt waterdruppels of condens.


luchttemperatuur

gram vocht per kg lucht

maximaal vochtgehalte 

RV

20° C

3,68 gram

14,7 gram/kg

= 100 x (3,68/14,7) = 25 %

20 °C

7,35 gram

14,7 gram/kg

= 100 x (7,35/14,7) = 50%

20° C

14,7 gram

14,7 gram/kg

= 100 x (14,7/14,7) = 100%

Dauwpunt en oppervlaktecondensatie 


Het dauwpunt is de  de temperatuur tot waar we lucht moeten afkoelen opdat deze verzadigd zou zijn.


Stel: bij een temperatuur van 20°C bevat de lucht 7,63 gram per kg lucht = de RV betaalt 50%. Als de temperatuur nu afkoelt tot 9°C dan bevat de lucht nog steeds 7.63 gram per kg lucht maar bedraagt de RV 100%.



Oppervlaktecondensatie en koudebruggen


Koudebruggen of thermische bruggen zijn aansluitingen of doorboringen van bouwdelen waarbij er plaatselijk sprake is van een hogere warmtegeleiding. Deze dichtere warmtestroom leidt niet alleen tot een hoger warmteverlies maar heeft ook een lagere binnenoppervlaktetemperatuur als gevolg.


Door deze lokaal lagere binnenoppervlaktetemperatuur ontstaat het risico op oppervlaktecondensatie met mogelijk schimmelvorming.


Wanneer lucht van 20°C langs een plaats stroomt dat kouder is dan 9°C dan kan de lucht het vocht niet langer vasthouden en worden er waterdruppels op die koudere plaats afgezet. Dit zie je als je een bijvoorbeeld een fles uit de koelkast haalt.



Dauwpunt en temperatuurfactor  


Dit is de verhouding van het verschil tussen de interne oppervlaktemperaatuur binnenoppervlak en de buitentemperatuur en het verschil tussen de binnentemperatuur en de buitentemperatuur.  



temperatuurfactor = (θsi - θe) / (θi - θe)


  • θsi= temperatuur van het binnenoppervlak
  • θe = temperatuur van de buitenlucht.
  • θi= temperatuur van de binnenlucht


De temperatuurfactor moet hoger zijn dan 0,7 om het risico op oppervlaktecondensatie uit te sluiten.


Schimmels onstaan al bij een hoge RV en om het risico op schimmelvorming uit te sluiten moet de temperatuurfactor hoger zijn dan 0.8.



Dauwpunt en interne condensatie


Inwendige condensatie is dan treedt op wanneer bij waterdampdiffusie het dauwpunt binnenin een wand wordt bereikt en een deel van de in de lucht aanwezige waterdamp neerslaat als condens. 


Het risico op intene condensatie kan beoordeeld worden met statische modellen zoals de methode van Glaser of met dynamische simulatiepaketten.



RV in huis



Met een hygrometer kun de relatieve luchtvochtigheid meten.


De ideale RV ligt tussen 40 en 60 procent. De lucht bevochtigen of drogen is aangewezen wanneers de RV te hoog of juist te laag is.




De dampdruk of dampspanning



De dampdruk is de druk die de waterdamp uitoefent op de wanden van een gesloten ruimte. De dampspanning in afhankelijk van de temperatuur en de luchtvochtigheid in wordt meestal in kPa of mbar uitgedruk.